Toepassingskaart 4 bij Hersenen in Actie – Bijeenkomst 3.
DE 1-ZORG ROUTE REKENEN
Stap 1.
Kijk of er een groepsplan aanwezig is in jouw groep, en neem dit op in je verslag
Er is geen groepsplan.
Stap 2.Werk de door jou verzamelde gegevens nader uit om een beeld te krijgen van wat een algemene behoefte is. Selecteer deze leerlingen.Ik heb een aantal gegevens verzameld, namelijk:
- toets uit een rekenmethode. (De wereld in getallen)
- analyse van deze toets.
Ik bekijk de toets, wat mij opvalt is het volgende.
- Er zijn 3 leerlingen die de cijfers omdraaien. (Lu, Du en Pi)
- Bij de opdracht ‘2 meer en 2 minder’, zijn er 6 leerlingen die meer dan de helft of de
helft fout hebben. Varieert van 5/10, tot 10/10. (Ir, Da, Lu, Du, Pi, Sa)
- Bij de opdracht ‘splitsen van 5 en 6’, zijn er 3 leerlingen die meer dan de helft of de
helft fout hebben. Varieert van 3/6 tot 4/6. (Da, Lu, Sa)
- Er zijn 9 van de 17 leerlingen die 0 fout hebben gemaakt in de gehele toets.
- Er zijn 4 leerlingen die in totaal 10 of meer fouten hebben gemaakt. Varieert van 11/24
tot 14/24.
Stap 3.
Onderzoek de onderwijsbehoeften van jouw leerlingen.
- Ik denk dat de onderwijsbehoeften van leerlingen zijn:
- De leerlingen hebben een leerkracht nodig die een instructie geeft die duidelijk is,
en die aanspreekt. Bij opdrachten die de leerlingen al veel vaker hebben gedaan
zou het gewoon makkelijk kunnen dat ze een kort en bondige instructie krijgen
zonder te veel poespas er om heen. Maar bij onderwerpen die moeilijker zijn, en vrij
nieuw zie ik dat de leerlingen vaak “bang” worden, en het bij voorbaad al niet begrijpen.
Dan stel ik een erg energieke instructie voor, met dingen die de leerlingen
kunnen doen en ze enthousiast maakt.
- Een leerkracht die de leerlingen veel positieve aandacht geeft, en de leerlingen op
weg helpt als zij het niet begrijpen.
- De leerlingen willen graag opdrachten waar zij niet de hele tijd hetzelfde moeten doen,
dit werkt al heel snel demotiverend. Dus opdrachten waar veel verschillende
soorten sommen etc. in voor komen. - De leerlingen hebben ook groepsgenoten nodig die al maakt een ander een fout,
deze leerling helpen.
Kijk of er een groepsplan aanwezig is in jouw groep, en neem dit op in je verslag
Er is geen groepsplan.
Stap 2.Werk de door jou verzamelde gegevens nader uit om een beeld te krijgen van wat een algemene behoefte is. Selecteer deze leerlingen.Ik heb een aantal gegevens verzameld, namelijk:
- toets uit een rekenmethode. (De wereld in getallen)
- analyse van deze toets.
Ik bekijk de toets, wat mij opvalt is het volgende.
- Er zijn 3 leerlingen die de cijfers omdraaien. (Lu, Du en Pi)
- Bij de opdracht ‘2 meer en 2 minder’, zijn er 6 leerlingen die meer dan de helft of de
helft fout hebben. Varieert van 5/10, tot 10/10. (Ir, Da, Lu, Du, Pi, Sa)
- Bij de opdracht ‘splitsen van 5 en 6’, zijn er 3 leerlingen die meer dan de helft of de
helft fout hebben. Varieert van 3/6 tot 4/6. (Da, Lu, Sa)
- Er zijn 9 van de 17 leerlingen die 0 fout hebben gemaakt in de gehele toets.
- Er zijn 4 leerlingen die in totaal 10 of meer fouten hebben gemaakt. Varieert van 11/24
tot 14/24.
Stap 3.
Onderzoek de onderwijsbehoeften van jouw leerlingen.
- Ik denk dat de onderwijsbehoeften van leerlingen zijn:
- De leerlingen hebben een leerkracht nodig die een instructie geeft die duidelijk is,
en die aanspreekt. Bij opdrachten die de leerlingen al veel vaker hebben gedaan
zou het gewoon makkelijk kunnen dat ze een kort en bondige instructie krijgen
zonder te veel poespas er om heen. Maar bij onderwerpen die moeilijker zijn, en vrij
nieuw zie ik dat de leerlingen vaak “bang” worden, en het bij voorbaad al niet begrijpen.
Dan stel ik een erg energieke instructie voor, met dingen die de leerlingen
kunnen doen en ze enthousiast maakt.
- Een leerkracht die de leerlingen veel positieve aandacht geeft, en de leerlingen op
weg helpt als zij het niet begrijpen.
- De leerlingen willen graag opdrachten waar zij niet de hele tijd hetzelfde moeten doen,
dit werkt al heel snel demotiverend. Dus opdrachten waar veel verschillende
soorten sommen etc. in voor komen. - De leerlingen hebben ook groepsgenoten nodig die al maakt een ander een fout,
deze leerling helpen.
Stap 4 en 5.
Wie, wat, hoe?
(Groep 1. Ka, Ji, Al, Ni, Ro, Je, Br, El, Do. – Groep die zelfstandig kan werken)
Groep 2. Ir, Da, Lu, Du, Pi, Sa.
Groep 3. Lu, Du, Pi.
Wie, wat, hoe?
(Groep 1. Ka, Ji, Al, Ni, Ro, Je, Br, El, Do. – Groep die zelfstandig kan werken)
Groep 2. Ir, Da, Lu, Du, Pi, Sa.
Groep 3. Lu, Du, Pi.
Wie? | |
Groep 2. | Ir, Da, Lu, Du, Pi, Sa. |
Wat? | |
Doel. (wat wil ik bereiken?) | De leerlingen kunnen een opdracht met als bedoeling 2 meer of 2 minder 80% foutloos maken. |
Benodigdheden voor mijn doel. | Ik ga een opdracht maken met een leuk werkblad die de leerlingen kunnen maken. Een werkblad met veel uitdaging, diversiteit en kleur. Ik gebruik hier een aantal dezelfde sommen voor als die uit de toets, en een paar nieuwe. |
Hoe? | |
Aanpak. | Ik ga apart zitten met de leerlingen, zodat de leerlingen geen afleiding hebben van anderen. Ik creëer rust, en leg stap voor stap uit wat wij gaan doen. We kijken eerst het werkblad, wat zien we? Dan kijken we naar wat we moeten doen, hoe we dat gaan doen etc. Ik begeleid de leerlingen, en maak per opdracht met de leerlingen een aantal sommen samen. We gaan samenwerkend leren. Ik zorg er voor dat iedereen tijd heeft om antwoord te geven en na te denken. |
Organisatie. | Ik wil de kinderen apart nemen voor deze les tijdens een zelfstandig werk voor de rest van de klas. |
Evaluatie. | Ik bekijk als het werkblad af is samen met de leerlingen hoe ze het hebben gemaakt. Hebben de leerlingen het nu begrepen? Wat het makkelijk/moeilijk? Leuk? Als ik zie dat een aantal leerlingen het nog niet begrijpen, zal ik deze nog een keer les geven over dit onderwerp. Ik maak dan een ander werkblad, adhv het oude werkblad. |
Wie? | |
Groep 3. | Lu, Du, Pi. |
Wat? | |
Doel. (wat wil ik bereiken?) | De leerlingen kunnen de cijfers goed schrijven. |
Benodigdheden voor mijn doel. | Ik ga voor deze leerlingen een opdracht maken voor het schrijven van cijfers. Ik moet veel diversiteit en uitdaging hebben, bijv. schrijven in zand, schrijven met verf, schrijven met kralen etc. |
Hoe? | |
Aanpak. | Ik ga apart zitten met de leerlingen, zodat de leerlingen geen afleiding hebben van anderen. Ik creëer rust, en leg stap voor stap uit wat wij gaan doen. We kijken eerst het werkblad, wat zien we? Dan kijken we naar wat we moeten doen, hoe we dat gaan doen etc. Ik begeleid de leerlingen, en leg uit wat de bedoeling is. De leerlingen maken de cijfers die ik noem, en als zij een fout maken laat ik zien hoe het cijfer wel geschreven hoort te zijn. Dan kunnen de leerlingen het cijfer nog eens schrijven. |
Organisatie. | Ik wil de kinderen apart nemen voor deze les tijdens een zelfstandig werk voor de rest van de klas. |
Evaluatie. | Ik bekijk als het werkblad af is samen met de leerlingen hoe ze het hebben gemaakt. Hebben de leerlingen het nu begrepen? Wat het makkelijk/moeilijk? Leuk? Ik denk dat ik voor deze leerlingen maar 1 les nodig heb. Het kan zijn dat de leerlingen de cijfers nog af en toe niet goed schrijven, als dit constant zo blijft en het niet maar eens af en toe is, ga ik met die leerling nog eens een opdracht samen maken. |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten